Vlierbaren

In Guatemala geloven ze dat vlinders overleden dierbaren zijn. Een fijne gedachte wel, vind ik, want het krioelt hier van de vlinders. Dan heb ik vandaag toch mooi alle lieve mensen teruggezien die in mijn leven zijn doodgegaan.

Alle opa’s en oma’s sowieso. Die zachtblauwe: duidelijk Oma Bakker, zo lieflijk en zacht. En dat mot-achtige beest? Tsja, dat moet dan Oma Burgert zijn geweest. Ik had de opa- en omavlinders nog wel willen vragen wat ze in de oorlog deden en hoe ze die jaren ervaren hebben, dat durfde ik vroeger niet. Maar het nadeel van de vlindertheorie is dat vragen onbeantwoord blijven.

Ik zag Tineke, het roze vlindertje. Tineke was kleuterjuf en mama’s beste vriendin. Toen ik heel klein was, was haar haar, dat vaak in een vlecht zat, net zo lang als mijn hele lijf. Maar het allerleukste aan Tineke was dat ze mij barbiekleertjes heeft leren naaien, Ik was toen een jaar of negen.

O, Marleen vloog net zowat in mijn gezicht. Wild klapperend met haar cognacbruine vleugels, alsof ze wil voorkomen dat ik haar vergeet. De kleur deed me denken aan het Australische landschap in de avondzon, dat we samen doorkruisten in de winter, daar zomer, van 2011.

Een witte vlinder fladdert sierlijk tussen de bomen door. Ah, daar heb je Frans, de opa van Joost. Ik heb Frans maar één keer gezien, wegkwijnend in een bejaardenhuis. Ik vond het wel respectvol naar de schoonfamilie om zijn crematie bij te wonen. Zijn vrouw ken ik inmiddels vrij goed. Nu snap ik ook waarom vlinderfrans zo vrolijk door het hiernamaals danst. Zijn ontpopping moet een ware verlossing zijn geweest. Dag Frans, geniet!